Bidprentje
15 april 2006-04-06
Ik vind dit leven al geweldig. En straks noghet eeuwige leven in de Hemel. Je vraagt je weleens af:'Waar hebben wij het aan verdiend?
'Dit citaat van Reve wil ik later bovenaan mijn rouwkaart hebben. Dat weet Ot al jaren.We hebben vandaag Gerard Reve ten grave gedragen. Ot, ik en een bevriend echtpaar vonden het de moeite waard om ‘de volksschrijver’ te eren door naar Machelen te rijden en tweeëneenhalf uur voor aanvang van de dienst in de kerk plaats te nemen. Had hij in een minder mooie streek gewoond of temidden van een grote stad, hadden wij wellicht niet de moeite genomen. Van te voren was aangekondigd dat het een openbare gebedsdienst zou worden, dus mits bijtijds aanwezig, zou er ook voor ons wel plaats zijn in de herberg oftewel de Heilige Cornelius kerk.Die vroege gang loonde want al snel stroomde de kerk vol en nog wat later puilde hij uit en moesten de laatkomers genoegen nemen met staanplaatsen in de zijbeuken of buiten waar luidsprekers opgehangen waren.
Al vlug bleek dat het voornamelijk liefhebbers, lezers, verzamelaars (sommigen kwamen met al hun bibliofiele werken aanzetten en vertelden daar al wachtend ook over aan geïnteresseerden) waren en de collega schrijvers dun gezaaid.De Belgen waren goed vertegenwoordigd: Hugo Claus (toen hij de kerk inkwam, ging er een geruis rond van: zie hier is Claus, t’is Claus, kijk Claus, door de kerk), Tom Lanoye, Jef Geeraerdts. Gevestigde Nederlandse auteurs waren er niet. Wel wat prominenten, zoals Medy van der Laan, staatssecretaris, Henk Krol, hoofdredacteur Gaykrant (maar zoals we later van fotografen hoorden, hem fotograferen ze niet eens meer, want hij komt iedere week wel op een begrafenis), Herman Finkers (?? Net zo’n liefhebber als wij??), zowel Tijgetje als Woelrat (Willem Bruno van Albeda en Henk van Maanen) waren zeer zijdelings aanwezig in hun identieke vilten maatkostuumpjes. Voor mij was de topaanwezige Thom Hoffman die met zijn rol als Frits van Egters in de Avonden naam had gemaakt en ook de jonge van het Reve van toen vertolkte.
Om twee uur werd de kist langs ons heen de kerk ingedragen. Door slechts twee transpirerende mannen (waar waren die zusters van liefde voor de paar laatste meters?), ook zag ik de rooms-katholieke zeeverkennertjes niet. Een verlopen ogende, huilende Matroos Vos volgde de baar, gesteund door andere Schafthuizens met heel veel rood haar. Toen de baar nogmaals bewierookt was kon de dienst beginnen. De plaatselijke pastoor Desmaele stond op goede voet met Gerard en wist ook een persoonlijk en humoristisch verhaal over zijn leven te vertellen. Daarna kwamen de schrijver Edwin Mortier, de Groot, een vorige uitgever van Reve: (terwijl de jonge van Oirschot toch ook aanwezig en in het gevolg was) en een persoonlijke vriend nog uit Reve’s Amsterdamse jaren. Mortier was nog enigszins te verstaan, de Groot helemaal niet en die vriend ook niet. Het kan aan mijn ouderdom en verregaande terugval in gehoorpotentie gelegen hebben, maar ik hoorde later van heel veel anderen dat zij het ook niet goed gehoord hadden.
Al met al waren er na afloop van de dienst weer twee uren verstreken en was mijn geduld zowat teneinde. Wij besloten dus niet meer met de stoet achter de lijkauto naar de nieuwe begraafplaats te lopen, maar gingen regelrecht de dichtbijzijndste kroeg in. Die hadden we al enkele malen bezocht voor koffie en plasstops. De kroeg heet ‘Jeruzalem’. Is drie keer niks, maar heeft een prachtige authentieke vloer. En qua naam toch leuker dan bv. Ons genoegen. Ondertussen was het ver na vieren en dus konden wij een hartversterking gebruiken. De kaarten kwamen op tafel en wij gingen even ter afleiding bridgen. Maar na een paar spelletjes kwam ineens Tom Lanoye aan een tafeltje naast ons zitten. Ik spreek hem dan meteen aan en vraag hem wat hij er van vindt dat er geen enkele Nederlandse schrijver aanwezig was. Ik weet wat je bedoelt, zegt hij, maar ik zal er geen commentaar op geven. Maar natuurlijk was hij er wel, en hij wijst naar zijn overbuurman, die ik ook onmiddellijk herken als een allochtone Nederlandse schrijver, maar ik kan potverdorie echt nu niet meer op zijn naam komen. Maar ik kende hem wel van interviews en hij zat naast Hugo Claus en zijn vrouw. Ondertussen heb ik hem gevonden. Hij heet Ramsey Nasr, is acteur, dichter/schrijver en regisseur , maar Tom Lanoye heeft wel gelijk als hij zegt dat hij eigenlijk geen Nederlander is. Wel is opvallend dat alle aanwezige auteurs De Bezige Bij als uitgever hebben.,
Wij bemoeien ons maar weer met onszelf en spelen nog een spelletje, maar dan komt Thom Hoffman er ook bij zitten. Ja dus bij Claus en Lanoye en die Ramsey. En jemig, die man, die Thom Hoffman vind ik pas echt een grote. Afgeleid als ik ben, bied ik dus meteen helemaal fout en omdat wij zo’n grote tafel in gebruik hadden komt er ook nog een liefhebber een kopje soep bij ons eten. We geven ons helemaal over aan het reviaanse.
Na een rit in de regen langs die wonderschone Leie, geraken wij in Antwerpen op de Lange Lobroekstraat tegenover het abattoir waar talloze restaurants wedijveren om de klandizie. We eten en genieten van de Vlaamse charme en bonhomie en als we op de Effenseweg teruggekeerd zijn, kunnen we nog net onze eigen beeltenis zien bij het uitdragen van de kist op Nova. In één shot met Joop Schafthuizen, Hugo Claus en Gerard in de kist.Gerard is niet begraven volgens zijn wens. Maar zijn wens was redelijk jong geuit. Wie weet hoe vaak hij die niet-publiekelijk herzien heeft. Hij had ook geen goede verstandhouding met zijn collega schrijvers.Dit alles neemt niet weg dat het gênant is dat zo weinig Nederlandse literatoren bij zijn uitvaart aanwezig waren.Maar voor ons is het ‘niet onopgemerkt gebleven’.
Groet, Ot en Jos
Ik vind dit leven al geweldig. En straks noghet eeuwige leven in de Hemel. Je vraagt je weleens af:'Waar hebben wij het aan verdiend?
'Dit citaat van Reve wil ik later bovenaan mijn rouwkaart hebben. Dat weet Ot al jaren.We hebben vandaag Gerard Reve ten grave gedragen. Ot, ik en een bevriend echtpaar vonden het de moeite waard om ‘de volksschrijver’ te eren door naar Machelen te rijden en tweeëneenhalf uur voor aanvang van de dienst in de kerk plaats te nemen. Had hij in een minder mooie streek gewoond of temidden van een grote stad, hadden wij wellicht niet de moeite genomen. Van te voren was aangekondigd dat het een openbare gebedsdienst zou worden, dus mits bijtijds aanwezig, zou er ook voor ons wel plaats zijn in de herberg oftewel de Heilige Cornelius kerk.Die vroege gang loonde want al snel stroomde de kerk vol en nog wat later puilde hij uit en moesten de laatkomers genoegen nemen met staanplaatsen in de zijbeuken of buiten waar luidsprekers opgehangen waren.
Al vlug bleek dat het voornamelijk liefhebbers, lezers, verzamelaars (sommigen kwamen met al hun bibliofiele werken aanzetten en vertelden daar al wachtend ook over aan geïnteresseerden) waren en de collega schrijvers dun gezaaid.De Belgen waren goed vertegenwoordigd: Hugo Claus (toen hij de kerk inkwam, ging er een geruis rond van: zie hier is Claus, t’is Claus, kijk Claus, door de kerk), Tom Lanoye, Jef Geeraerdts. Gevestigde Nederlandse auteurs waren er niet. Wel wat prominenten, zoals Medy van der Laan, staatssecretaris, Henk Krol, hoofdredacteur Gaykrant (maar zoals we later van fotografen hoorden, hem fotograferen ze niet eens meer, want hij komt iedere week wel op een begrafenis), Herman Finkers (?? Net zo’n liefhebber als wij??), zowel Tijgetje als Woelrat (Willem Bruno van Albeda en Henk van Maanen) waren zeer zijdelings aanwezig in hun identieke vilten maatkostuumpjes. Voor mij was de topaanwezige Thom Hoffman die met zijn rol als Frits van Egters in de Avonden naam had gemaakt en ook de jonge van het Reve van toen vertolkte.
Om twee uur werd de kist langs ons heen de kerk ingedragen. Door slechts twee transpirerende mannen (waar waren die zusters van liefde voor de paar laatste meters?), ook zag ik de rooms-katholieke zeeverkennertjes niet. Een verlopen ogende, huilende Matroos Vos volgde de baar, gesteund door andere Schafthuizens met heel veel rood haar. Toen de baar nogmaals bewierookt was kon de dienst beginnen. De plaatselijke pastoor Desmaele stond op goede voet met Gerard en wist ook een persoonlijk en humoristisch verhaal over zijn leven te vertellen. Daarna kwamen de schrijver Edwin Mortier, de Groot, een vorige uitgever van Reve: (terwijl de jonge van Oirschot toch ook aanwezig en in het gevolg was) en een persoonlijke vriend nog uit Reve’s Amsterdamse jaren. Mortier was nog enigszins te verstaan, de Groot helemaal niet en die vriend ook niet. Het kan aan mijn ouderdom en verregaande terugval in gehoorpotentie gelegen hebben, maar ik hoorde later van heel veel anderen dat zij het ook niet goed gehoord hadden.
Al met al waren er na afloop van de dienst weer twee uren verstreken en was mijn geduld zowat teneinde. Wij besloten dus niet meer met de stoet achter de lijkauto naar de nieuwe begraafplaats te lopen, maar gingen regelrecht de dichtbijzijndste kroeg in. Die hadden we al enkele malen bezocht voor koffie en plasstops. De kroeg heet ‘Jeruzalem’. Is drie keer niks, maar heeft een prachtige authentieke vloer. En qua naam toch leuker dan bv. Ons genoegen. Ondertussen was het ver na vieren en dus konden wij een hartversterking gebruiken. De kaarten kwamen op tafel en wij gingen even ter afleiding bridgen. Maar na een paar spelletjes kwam ineens Tom Lanoye aan een tafeltje naast ons zitten. Ik spreek hem dan meteen aan en vraag hem wat hij er van vindt dat er geen enkele Nederlandse schrijver aanwezig was. Ik weet wat je bedoelt, zegt hij, maar ik zal er geen commentaar op geven. Maar natuurlijk was hij er wel, en hij wijst naar zijn overbuurman, die ik ook onmiddellijk herken als een allochtone Nederlandse schrijver, maar ik kan potverdorie echt nu niet meer op zijn naam komen. Maar ik kende hem wel van interviews en hij zat naast Hugo Claus en zijn vrouw. Ondertussen heb ik hem gevonden. Hij heet Ramsey Nasr, is acteur, dichter/schrijver en regisseur , maar Tom Lanoye heeft wel gelijk als hij zegt dat hij eigenlijk geen Nederlander is. Wel is opvallend dat alle aanwezige auteurs De Bezige Bij als uitgever hebben.,
Wij bemoeien ons maar weer met onszelf en spelen nog een spelletje, maar dan komt Thom Hoffman er ook bij zitten. Ja dus bij Claus en Lanoye en die Ramsey. En jemig, die man, die Thom Hoffman vind ik pas echt een grote. Afgeleid als ik ben, bied ik dus meteen helemaal fout en omdat wij zo’n grote tafel in gebruik hadden komt er ook nog een liefhebber een kopje soep bij ons eten. We geven ons helemaal over aan het reviaanse.
Na een rit in de regen langs die wonderschone Leie, geraken wij in Antwerpen op de Lange Lobroekstraat tegenover het abattoir waar talloze restaurants wedijveren om de klandizie. We eten en genieten van de Vlaamse charme en bonhomie en als we op de Effenseweg teruggekeerd zijn, kunnen we nog net onze eigen beeltenis zien bij het uitdragen van de kist op Nova. In één shot met Joop Schafthuizen, Hugo Claus en Gerard in de kist.Gerard is niet begraven volgens zijn wens. Maar zijn wens was redelijk jong geuit. Wie weet hoe vaak hij die niet-publiekelijk herzien heeft. Hij had ook geen goede verstandhouding met zijn collega schrijvers.Dit alles neemt niet weg dat het gênant is dat zo weinig Nederlandse literatoren bij zijn uitvaart aanwezig waren.Maar voor ons is het ‘niet onopgemerkt gebleven’.
Groet, Ot en Jos
Enkele foto's:




Geen opmerkingen:
Een reactie posten